Bespreking van het boek “De rector. Een universiteit in het verzet (1940-1944)” van auteur Bert Cornelis

“Een dapper volk, dat heeft moeten zwichten voor de overmacht van de getalsterkte en het geweld, is niet een overwonnen volk, nog minder een onderworpen volk.”

Door François Snelders - 22/10/2026
Helden van het verzet
Over de rol van de Belgische universiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog is er tot hiertoe weinig gepubliceerd. We hebben enkel een aantal bijdragen van de voormalige directeur van Cegesoma, Dirk Martin, en enkele onuitgegeven licentiaatsverhandelingen. Met de publicatie ’De rector. Een universiteit in het verzet (1940-1944)’ van historicus Bert Cornelis krijgen we eindelijk een gedegen studie van de verhoudingen van de bezetter met de academische wereld. Deze publicatie gaat uitvoerig in op hoe de toenmalige rector van de Leuvense universiteit, Honoré van Waeyenbergh, het voortouw nam in het verzet tegen de plannen van de bezetter om meer greep te krijgen op de academische wereld. Dit boek is uitermate goed gedocumenteerd, waarbij gebruik wordt van een scala aan divers en interessant archiefmateriaal. 

Intellectuelen als volksvijand

Na de machtsovername in 1933 willen de nazi’s in Duitsland het culturele leven en het onderwijs stroomlijnen in functie van hun autoritaire wereldbeeld. Ook het onderwijs dient ingezet te worden als propagandamiddel voor de nationaalsocialistische ideologie. Autoritaire bewegingen zijn altijd wantrouwig tegenover een academische wereld die kritisch denken stimuleert. Intellectuelen worden dan ook snel als een volksvijand weggezet.
“Adolf Hitler verkondigt zelfs dat intellectuelen schuldig zijn aan de ondermijning van de Duitse natie en dat de intellectuele klasse een noodzakelijk kwaad is, dat hij, als ze niet nodig was, liever had uitgeroeid.”
Wanneer de Duitsers België bezetten is het ook snel duidelijk dat er plannen zijn om het onderwijs en de academische wereld volledig naar hun hand te zetten. Een plan wordt uitgetekend om iedere bestaande instelling een specifieke rol toe te bedelen. Gent en Luik bijvoorbeeld zouden een Vlaams en Waals wetenschappelijk studiecentrum worden, de Brusselse ULB moest na een grondige vernederlandsing een Duits-Germaans bolwerk worden tegen West-Europa, in het bijzonder tegen Frankrijk en Groot-Brittannië. Leuven, veruit de grootste universiteit, zou zich enkel nog mogen toespitsen op zuiver theologische studies. 
De belangrijkste protagonist in dit boek is de rector van de Leuvense universiteit, Honoré van Waeyenbergh. Sinds 1936 is hij vicerector en in 1940 is hij nog maar enkele maanden rector als de bezetting start. Hij zal uitgroeien tot de voortrekker van het verzet van de academische wereld. Zich beroepend op het unieke karakter als vrije confessionele instelling, waar het volledige bestuur in handen is van het Belgische episcopaat en alle leidinggevende functies in handen zijn van katholieke geestelijken, probeert hij een zo onafhankelijk mogelijke koers te varen, wars van de eisen van de bezetter. 
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.

Overtuigd royalist en belgicist

Van Waeyenbergh heeft duidelijk een ethisch conservatief profiel; hij waarschuwt bijvoorbeeld voor de verderfelijke uiterlijke schoonheid van de vrouwelijke studenten die voor mannelijke studenten een gevaar kunnen betekenen… Ook politiek heeft Van Waeyenbergh een rechts profiel, met goede contacten in de werkgeverswereld en een goede band met Leopold III en zijn entourage. Hij wordt bijvoorbeeld door Leopold III gevraagd om deel uit te maken van het door de koning opgerichte Centrum voor Politieke Studies. De bedoeling van dit centrum was dat er een nieuwe grondwet zou komen met meer macht voor de koning en minder macht voor het parlement. Illustratief hiervoor: in een van de eindnoten wordt opgemerkt dat Van Waeyenbergh bij zijn voorstellen aan de koning rond kandidaten om een nieuwe regering samen te stellen bijvoorbeeld ook Tony Herbert had gezet - iemand die toen zeker als rechts autoritair te bestempelen viel. 

Uiteindelijk zal dit Centrum voor Politieke Studies door de Duitsers opgeheven worden en komt van het helde idee van een Vichy-achtige staatsvorm niets in huis. De auteur vermeldt echter ook dat Van Waeyenbergh zeker wel bedenkingen had bij de al te autoritaire voorstellen van Leopold III. In een brief na een gesprek met Leopold III schrijft hij hem: “Ik verwijs er ten eerste naar dat de bevolking niet rijp, en ook niet gewonnen is voor een stelsel dat helemaal afbreuk zou doen aan onze wettelijke instellingen, tenzij het van buitenuit wordt opgelegd (en dan komt het meer voor als een dwangmiddel dat ook voor de duur afhankelijk is van die invloed van buiten)”. 

Van Waeyenbergh is een belgicist, maar ook vlaamsgezind en pleit voor de culturele autonomie van Vlaanderen, maar dit alles binnen een Belgische unitaire context. Zowel Van Waeyenbergh als kardinaal Van Roey zijn dus overtuigde belgicisten en aanhangers van Leopold III. Zij behoren tot het Belgisch establishment dat ervan overtuigd is dat na of zelfs tijdens de oorlog Leopold III zijn taak als leider weer zou moeten opnemen om de invloed van dit establishment veilig te stellen. 

De bezetter tegenover het establishment

Tegenover dit establishment stond de bezettende macht: de Duitse bezetter had besloten België en Noord-Frankrijk bestuurlijk onder het regime van een Militärverwaltung te plaatsen. Deze Militärverwaltung kwam er op neer dat het feitelijke beleid in handen was van de bezettende militairen. Het bestuur liet het staatsapparaat en de ambtenarij in België grotendeels intact en liet hen via de secretarissen-generaal functioneren onder Duits toezicht. Dit Duits toezicht was zeer strikt met een aantal militaire verantwoordelijken die in feite de lakens uitdeelden. Wie zijn de belangrijkste protagonisten aan Duitse kant? Vooreerst hebben we Alexander Von Falkenhausen, de Befehlshaber, als hoogste militair bevelhebber. Von Falkenhausen is een Pruisische edelman en geen lid van de NSDAP, en heeft zeker ook geen goede banden met de SS. 
Vlak onder hem zit Eggert Reeder, Militärverwaltungschef van de Verwaltungsstab in België en Noord-Frankrijk, de poot van het militair bestuur die zich met burgerlijke en administratieve zaken bezighoudt. 

In deze staf van Reeder; zelf NSDAP-er, zijn er een aantal militairen die zich specifiek met onderwijs bezighouden. Een van hen zal een belangrijke rol spelen: de Duitse historicus en NSDAP’er Franz Petri zal als Kriegsverwaltungsrat (adviseur) alles van cultuur onder zijn bevoegdheid krijgen maar wordt ook door Reeder aangesteld ook als verantwoordelijke (Referent) voor het toezicht op de universiteiten. Petri is eigenlijk de architect van de hervorming van de Belgische hogeronderwijsinstellingen. De eerste confrontatie tussen de bezetter en de universiteiten is onmiddellijk een echte clash: de bezetter wil naast toezicht op het cursusmateriaal inspraak in de aanstelling en benoeming van de professoren aan alle universiteiten. 

Waar een aantal universiteiten zoals Gent en Luik hier voor een groot deel in meegaan, zullen zowel de Brusselse ULB als de Leuvense universiteit zich sterk verzetten tegen dit voornemen. Voor de ULB, na gedwongen ontslagen en voorstellen tot nieuwe benoemingen, zal dit zelfs resulteren in een schorsing van de lessen in 1941 en het sluiten van de deuren. Zeven leden van de raad van bestuur zullen wegens de weigering om in te stemmen met de Duitse eisen als gijzelaar in de gevangenis van Hoei worden opgesloten. Van Waeyenbergh zal samen met een aantal andere rectoren het voortouw nemen om deze gijzelaars terug vrij te krijgen wat ook zal lukken. Maar een ander opmerkelijk feit: Van Waeyenbergh zal de deuren van zijn katholieke universiteit openzetten voor de overwegend vrijzinnige ULB-studenten. 

Dreigen met het inschakelen van het Vaticaan

Van Waeyenbergh verzet zich samen met kardinaal Van Roey hevig tegen het Duits voornemen om te interveniëren bij de aanstellingen. Ze beroepen zich op de grondwettelijke garantie van de vrijheid van onderwijs; zij zullen nooit toestaan dat burgerlijke autoriteiten in de aanstelling van hun professoren zouden tussenkomen. Als ze antwoord krijgen van Reeder dat hun bemerkingen ‘niet pertinent’ zijn richt kardinaal Van Roey zicht tot Von Falkenhausen en stelt dat de autoriteit waarop ze zich beroepen om docenten aan te stellen tot het niveau van het Vaticaan reikt en dat de Duitse bezetter dus eigenlijk aan het aansturen is op een conflict met de Heilige Stoel. Von Falkenhausen zal de maatregel in zijn antwoord voorstellen als een garantie dat de staf loyaal is naar de bezetter toe, wat dus een duidelijke afzwakking is van het voornemen om actief tussen te komen bij de benoemingen. 

Van Waeyenbergh voert ondertussen ook een politiek waar hij binnen alle geledingen van zijn universiteit zo sterk mogelijk de politieke neutraliteit nastreeft. Geen steun aan meetings van het VNV of DeVlag… Geen steun en dus ook geen lijsten van studenten voor de corporatistische nieuwe Orde van Geneesheren … Wel merkwaardig is de reactie , of misschien beter zouden we het een gebrek aan reactie kunnen noemen, tegen de Duitse anti-Joodse verordeningen. Joodse studenten dienen zich te melden en vanaf 1941-1942 mogen ze zich zelfs niet meer inschrijven. Van Waeyenbergh meldt dat er een onderzoek gebeurd is en dat “bij ons weten, op geen enkele student bedoelde verordening toepasselijk is”. Dus hier zou men kunnen stellen dat, indien het onderzoek naar eventuele Joodse studenten effectief gevoerd is geweest, Van Waeyenbergh hier zeker wel meegaand is geweest, en eigenlijk in het verlengde van de houding van paus Pius XII zeker op dit vlak een confrontatie met de Duitse anti-Joodse politiek heeft vermeden. 

De verplichte tewerkstelling als breekpunt

Waar het wel tot een openlijke confrontatie komt is rond de verplichte tewerkstelling. De eigenlijke context is dat Duitsland het verdrag met de Sovjet-Unie in 1941 opblaast en een tweede front start op 22 juni 1941. Door de opstart van dit tweede front is er letterlijk een leegloop aan Duitse werkkrachten naar het nieuw geopende front. De Duitsers willen dit opvangen met de import van werkkrachten uit de bezette gebieden. In België zelf heerst ook een hoge werkloosheid door een zwaar beschadigde infrastructuur, een groot gebrek aan grondstoffen en een toestroom van terug vrijgelaten krijgsgevangenen. De bezetter ziet dus duidelijk dat er een potentieel is aan beschikbare werkkrachten. De Duitsers proberen reeds sinds het begin van de bezetting mensen te ronselen via een vrijwillige arbeidsdienst, maar dit is verre van een succes. De bezetter gaat in eerste instantie over tot een aantal maatregelen: in een eerste fase worden eerst de jongeren opgeroepen die niet ingeschreven zijn aan een hogeronderwijsinstelling. Het effect laat zich raden: er is een ware toeloop van nieuwe studenten. De inschrijvingscijfers pieken overal. Daarom wordt vanaf februari 1943 beslist dat alle eerstejaars van universiteiten en andere hogeronderwijsinstellingen verplicht een werkstage moeten doen van mei tot oktober. En het wordt nog verder verstrengd: voor wie onderduikt kan een familielid in de plaats opgevorderd worden…Toch blijven de resultaten van deze maatregelen uit. Werkweigeraars duiken onder en verdwijnen zo in de illegaliteit. 

Zowel rector Van Waeyenbergh als kardinaal Van Roey staan zeer kritisch tegenover het systeem van verplichte tewerkstelling en zullen publiekelijk protesteren. De bezetter is natuurlijk niet opgezet met dit openlijk protest. De Militärverwaltung streeft vooral orde en rust naar en is erg bevreesd voor alles wat mensen naar een vorm van verzet zou drijven. Toch ondervindt het militair bestuur hier een grote druk vanuit Duitsland zelf om strenger op te treden . 

Eerst zien we dat de bezetter een aantal maatregelen afzwakt - vrouwen worden niet verplicht onbegeleid naar het buitenland gestuurd om te werken en familieleden van jongeren die zich onttrekken aan de verplichte tewerkstelling worden toch ontzien - maar toch zal ze vasthouden aan de verplichte tewerkstelling van eerstejaarsstudenten. Hierdoor zullen vanaf maart 1943 de zaken verder escaleren. Kardinaal Van Roey laat in alle kerken een brief voorlezen waarin fel van leer getrokken wordt tegen de verplichte tewerkstelling: “Elke medewerking aan de uitvoering van deze maatregelen is in geweten onwettig.” Het militair bestuur is duidelijk niet opgezet met deze boodschap. En aan de Leuvense universiteit escaleren de zaken ook verder. Er is een gewapende inval van de Gestapo en de Feldgendarmen tijdens de colleges, er gebeuren aanhoudingen, er vallen klappen. 
Als Reeder een aantal rectoren bijeenroept om proberen orde op zaken te stellen komt het tot een openlijke confrontatie tussen Van Waeyenbergh en Reeder. De bezetter zegt dat ze de lijsten van ingeschreven studenten zal controleren. Tijdens een lange vergadering is het duidelijk dat de Militärverwaltung door Berlijn zelf onder druk is gezet : “Na drie uur discussiëren geeft hij (Reeder) toe dat de bevelen ‘door Berlijn’ werden gegeven en dat hij ze ‘moest’ uitvoeren.” Op deze vergadering wordt duidelijk dat Van Waeyenbergh het voortouw neemt in het protest. 

De arrestatie

De maanden nadien zal het verder escaleren: de Duitsers proberen een aantal keren de lijsten van ingeschreven studenten in handen te krijgen maar Van Waeyenbergh weigert telkenmale. Uit de research van Bert Cornelis blijkt dat Von Falkenhausen wel inschikkelijk is tegenover de houding van Van Waeyenbergh maar dat Reeder en zijn entourage het toch verder op de spits drijven. Het moedige halsstarrig weigeren van de rector zal uiteindelijk resulteren in zijn arrestatie in juni 43. Hij wordt opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. De leefomstandigheden daar zijn verre van ideaal en zijn gezondheidstoestand begint te verslechteren. Hij is veroordeeld tot 18 maanden gevangenis. Gevreesd wordt dat dit zware implicaties zou kunnen hebben omdat elke gevangene die voor meer dan negen maanden wordt veroordeeld normaal gezien de reststraf in een concentratiekamp in Duitsland moest uitzitten. Het doemscenario dat de gevangengezette rector naar Dachau zou gevoerd worden zou, gezien zijn gezondheidstoestand, een feitelijk doodsvonnis betekenen…

Een aantal vooraanstaanden schrijft een smeekbede naar Von Falkenhausen. En de moeder van Leopold III, koningin Elisabeth, tracht haar goede contacten die ze met hoge Duitse militairen heeft, te gebruiken om een en ander gedaan te krijgen. Uiteindelijk wordt er ook getracht Koning Leopold III in te schakelen om te voorkomen dat de rector naar Duitsland zou gevoerd worden. De vele démarches resulteren uiteindelijk in een besluit van Reeder waarbij hij Van Waeyenbergh zal vrijlaten uit Sint-Gillis. Hij krijgt huisarrest. 

Ondertussen scherpen de Duitsers met nieuwe verordeningen de arbeidscontrole nog verder aan. Een student kan maar ingeschreven worden als hij een bewijs kan voorleggen dat hij minimaal één jaar België of Duitsland gewerkt heeft. Er komt hierdoor een heel circuit van valse identiteitsbewijzen en valse bewijzen van arbeid op gang, vanuit het verzet. Maar ook de vicerector Suenens (de latere kardinaal) van Leuven zal evenmin ingaan op alle Duitse eisen. Toch zal de bezetter het zelf ook niet echt op de spits drijven. Bert Cornelis schrijft hierover: “Wellicht gaat de bezetter niet over tot een algemene invoering van verplichte arbeid voor studenten in ruil voor orde en rust aan de universiteiten. Uiteindelijk blijken de Duitsers tevreden met de situatie zoals ze is.”

Besluit

In de epiloog schrijft Bert Cornelis: “Zelden kwam het tijdens de Tweede Wereldoorlog in ons land op zo’n uitgesproken harde wijze tot een confrontatie tussen het almachtige Duitse bezettingsbestuur en de onderdrukte universitaire wereld, die de maatregelen van de verplichte tewerkstelling als een openlijke bedreiging van de vrijheid van onderwijs en de onafhankelijkheid van de wetenschappelijke instellingen beschouwde.”

Dit boek illustreert hoe individuele onverzettelijkheid mee voor een belangrijk kantelpunt kan zorgen. Want vanaf 1943 zal het verzet wat betreft de rekrutering en acties eigenlijk voor een groot deel zijn voedingsbodem vinden in de maatregelen van de verplichte tewerkstelling en de reactie daarop. Het verzet zal diegenen die onderduiken actief ondersteunen en zo verder aan invloed winnen. Het boek biedt ook een goede inkijk hoe de Militärverwaltung met protest omging en hoe de individuele actoren er elk zijn rol in speelden. Naast het zeer goede uitgewerkte en gedocumenteerde relaas over het verzet aan de universiteiten en de cruciale voortrekkersrol van Honoré Van Waeyenbergh vormt dit boek dan ook een essentieel naslagwerk voor eenieder dit in verzetsgeschiedenis geïnteresseerd is. 
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.